Wat is het verband tussen baarmoederhalskanker en HPV (humaan papillomavirus)? Kan je een van beide of allebei voorkomen? En kan een simpel onderzoek als een uitstrijkje levens redden? Over de opsporing van baarmoederhalskanker en HPV doen best veel vragen en helaas verkeerde antwoorden de ronde. Daarom: de misvattingen rechtgezet.
Dokter Patrick Martens, directeur van het Centrum van Kankeropsporing (CvKO), helpt de misvattingen over HPV en de vroegtijdige opsporing van baarmoederhalskanker uit te klaren.
Misvatting 1: het risico dat je HPV oploopt is klein
“Dat klopt niet. Het humaan papillomavirus, kortweg HPV, komt net heel vaak voor. Er bestaan meer dan 100 types HPV. Sommige zijn ‘laag-risico’ en veroorzaken onschuldige wratten op de huid of slijmvliezen. Maar de zogenaamde ‘hoog-risico’ types kunnen op termijn leiden tot baarmoederhalskanker.”
“In het labo zoeken we naar die ‘hoog-risico’ types. HPV is zeer besmettelijk. Je kan het krijgen door nauw huid-op-huid contact.”
“Ongeveer 80% van alle vrouwen geraakt op een bepaald moment in haar leven besmet met HPV”
“Bijna iedereen die seksueel actief (geweest) is, loopt de kans om besmet te zijn. Ongeveer 80% van alle vrouwen geraakt op een bepaald moment in haar leven besmet met HPV. Vaak merk je daar niets van, maar het virus kan jarenlang in het lichaam aanwezig blijven zonder klachten te geven. Het is best mogelijk dat je een infectie met HPV al erg lang geleden hebt opgelopen.“
Misvatting 2: als je positief test op HPV, krijg je sowieso baarmoederhalskanker
“Dat is – gelukkig – niet waar. Je merkt niet dat je besmet bent met HPV. Het geeft geen klachten of symptomen en verdwijnt in de meeste gevallen vanzelf, net zoals een verkoudheidsvirus. Er is geen medicijn of behandeling om het virus weg te krijgen. Maar goed nieuws: je lichaam ruimt het zelf op, meestal binnen 1 tot 2 jaar.”
“Slechts bij een klein deel van de vrouwen blijft het virus langer aanwezig. Dan kunnen er na verloop van tijd – vaak pas na 10 tot 15 jaar – afwijkende cellen ontstaan in de baarmoederhals. Die kunnen bijna altijd op tijd opgespoord en verwijderd worden, zodat ze niet kunnen uitgroeien tot kanker.”
“Daarom is het zo belangrijk om regelmatig een uitstrijkje te laten nemen. Bij dat onderzoek word je altijd getest op afwijkende cellen. Zo worden ernstige afwijkingen vroeg ontdekt en kan de juiste behandeling op tijd worden gestart.”
Misvatting 3: je kan niets doen om het risico op baarmoederhalskanker te verkleinen
“Toch wel! Roken verhoogt bijvoorbeeld het risico op baarmoederhalskanker. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen die roken vaker baarmoederhalskanker krijgen dan niet-rokers.”
“Roken zwakt het afweersysteem af. Je lichaam is dan minder goed in staat om een HPV-besmetting op te ruimen. En een blijvende besmetting met HPV is de grootste risicofactor voor het ontwikkelen van baarmoederhalskanker. Wil je je risico verlagen? Dan is stoppen met roken een belangrijke stap.”
Misvatting 4: als ik HPV heb, betekent het dat mijn partner vreemdging
“Neen, dat klopt niet. Een HPV-besmetting heeft niets te maken met ontrouw. Het virus kan namelijk jarenlang ‘slapend’ aanwezig blijven in het lichaam zonder dat je er iets van merkt. Soms is het zelfs niet zichtbaar in een test, omdat er maar een heel kleine hoeveelheid van het virus aanwezig is – te weinig om op te sporen.”
“Dat slapend virus kan weer actief worden en pas dan aan het licht komen bij een uitstrijkje. Hoe vaak zoiets voorkomt, weten we niet precies. Maar het is dus onmogelijk om precies te zeggen wanneer of van wie je het virus hebt gekregen.”
"Het vaccin biedt een goede bescherming tegen de meest voorkomende ‘hoog-risico’ types HPV"
Misvatting 5: eens ik gevaccineerd ben tegen HPV, hoef ik geen uitstrijkje meer te laten nemen
“Toch wel! Het HPV-vaccin (terugbetaald tot de leeftijd van 18 jaar) biedt een goede bescherming tegen de meest voorkomende ‘hoog-risico’ types HPV. Maar het beschermt niet tegen alle HPV-types. Daarom blijft het belangrijk om regelmatig een uitstrijkje te laten nemen, ook als je gevaccineerd bent.”
“Zo kunnen afwijkingen die door andere HPV-types veroorzaakt worden toch op tijd opgespoord en behandeld worden. Vaccinatie én het uitstrijkje gaan hand in hand voor een optimale bescherming tegen baarmoederhalskanker.”
Baarmoederhalskanker vroegtijdig opsporen is van levensbelang. Als je er vroeg bij bent, kan de behandeling zeer goede resultaten geven.
Bij vrouwen van 30 tot en met 64 jaar wordt er eerst getest op de aanwezigheid van HPV (het humaan papillomavirus), omdat het virus in de meeste gevallen baarmoederhalskanker veroorzaakt. Als er HPV aanwezig is, dan zoekt het labo naar afwijkende cellen.
Voor vrouwen van 25 tot en met 29 jaar kijkt het labo naar afwijkende cellen in de baarmoederhals. HPV-infecties in die leeftijdsgroep kunnen sterk wisselen en worden heel vaak door je eigen afweersysteem opgeruimd.
Voor een uitstrijkje van de baarmoederhals kan je terecht bij je huisarts of gynaecoloog.
Hoe vaak laat je het best een uitstrijkje nemen?
- Vrouwen 25-29 jaar: om de 3 jaar.
- Vrouwen 30-64 jaar: om de 5 jaar – dat is een veilige tijdspanne omdat de HPV-test zo gevoelig is.
www.bevolkingsonderzoek.be